Reviews

Review: Ori and the Will of the Wisps

In 2015 kwam het eerst deel van Ori uit, welke me op het eerste gezicht niet direct wist te overtuigen. Het was natuurlijk wel mooi, maar oogde toch wat kinderlijk. Niets was minder waar, toen ik toch begon met spelen na het zien van de aankondiging van het tweede deel in 2017. Ik was direct verkocht en wacht sindsdien met smart op dit tweede deel, welke ook mijn hart heeft gestolen.

Dit tweede deel is een direct vervolg op het eerste deel. Ik zal voor degene die onbekend zijn met Ori een kleine samenvatting geven. Ori is een kleine eekhoorn-achtige geest, welke speciale krachten bezit. Hij heeft de beschikking over een soort ‘licht’. Dit licht heeft helende krachten, waardoor Ori belangrijk is voor de wereld waarin hij leeft. Hij zorgt ervoor dat aarde, water en lucht zuiver en levend blijft. In het eerste deel ga je op pad om je pleegmoeder, Naru, weer terug tot leven te wekken, wie overlijd door het afsterven van de wereld. De wereld verging doordat de grote uil Kuro het licht uit de Spirit Tree haalde.

Ori weet dit hele voorval uiteindelijk op te lossen door Kuro te verslaan. Kuro laat echter een ei achter. Het tweede deel begint dan ook met het uitkomen van dit ei. Ori, Naru en Gumo verwelkomen het kleine uiltje op de wereld. Het uiltje wordt Ku genoemd en groeit naast Ori op in een vredevolle wereld. Dit bevalt goed, maar Ku verlangt naar vliegen en de lucht. Probleem is alleen dat Ku een mank vleugeltje heeft, waardoor hij niet goed kan vliegen. Superzielig! Ori herinnert zich echter dat hij een aandenken heeft aan zijn vorige avontuur; een veer van Kuro. Vol enthousiasme voegen Ori, Naru en Gumo de veer aan het vleugeltje van Ku en voilà! Ku kan vliegen! Met Ori op z’n rug maken ze de lucht onveilig en Ku duikt tussen de wolken door.

Dan, gaat er uiteraard iets verkeerd. Het duo komt in een meedogenloze storm terecht en Ori valt van Ku af. Ze landen allebei op een andere plaats en Ku verliest zelfs z’n veer, waardoor hij niet meer kan vliegen. De duistere bossen van Niwen, waar ze zijn neergestort, lijken een stuk grimmiger dan Nibel. Ori gaat razendsnel op pad om Ku weer te vinden.

Niwen

Wat me zo onwijs wist te grijpen in het eerste deel, ook voordat ik deze gespeeld had, is het grafische aspect. Moon Studios heeft de wereld ongelofelijk mooi neergezet. Kleuren spatten van het scherm af. Alle onderdelen van de omgevingen zijn super gedetailleerd. Het is een genot om rond te lopen! Ik ben zelfs een beetje jaloers op Ori, dat hij er wel is en ik niet. Het stukje dat zijn soort is uitgestorven en hij constant in levensgevaar is daargelaten natuurlijk.

Ik denk zelfs dat als ik inspiratie zou moeten op doen voor het maken van een fantasiewereld dat ik al gauw Nibel en Niwen erbij zou halen. Het is het perfecte plaatje wat je krijgt bij elfjes en magie, zoals dit in een kinderboek beschreven zou kunnen staan. Het nieuwe gebied waar het tweetal terecht komt heet Niwen. Niwen is erg duister en de gevaren lijken hier nog groter te zijn. Niwen wordt namelijk  geterroriseerd door een enorm kraai-achtig beest genaamd Shriek. Door zijn terroriseren zijn vele volken weggedreven uit hun woonplaats, waardoor deze allemaal langzaam sterven. Het is voor een deel een grijzige, donkere bedoeling en her hangt een grimmige sfeer. Ori, als geest van het licht, wordt niet echt welkom geheten. Sterker nog, bijna iedereen die hij tegenkomt raad ‘m aan om snel weg te gaan, mits hij de boel kan redden.

In dit vervolg heeft Moon Studios een beetje extra dimensie geprobeerd toe te voegen. In plaats van volledig 2D zitten er hier kleine aspecten 3D in. Niet in de gameplay, maar wel in de cut scenes. Ik moet zeggen dat dit er soms een beetje gaar uitziet. De scenes waarbij Ku en Ori samen door de wolken vliegen in 3D waren adembenemend mooi. Ik wou dat ik mee kon vliegen. Later zien we een stukje waarbij de grote uilen, zoals Kuro uit het eerste deel, in verschillende hoeken worden getoond. Het lijkt alsof dat een beeld is wat uit het eerste deel in 2015 gekopieerd is. Het beeld is op dat moment niet scherp en de uilen lijken een beetje hoekig.

Een aantal grotere wezens die je tegenkomt in Niwen lijken ook soms wat verouderd te zijn op grafisch gebied. Hoeken zijn niet helemaal goed afgewerkt en ogen hierdoor iets minder mooi. Hier wil ik wel graag bij benadrukken dat dit hele kleine onderdelen zijn van de game. Op deze puntjes na heb ik niks anders dan lof voor het uiterlijk van de  game. Niet voor niets gaf ik al aan dat graag ook in dit bos, zonder monsters, zou willen rondwandelen. Niwen introduceert ook een aantal nieuwe rassen. Ondanks dat de bossen en rivieren worden geterroriseerd door Shriek en andere monsters zijn er gelukkig genoeg andere wezens die Ori te hulp staan. Ik zal ze in de loop van m’n verhaal benoemen zodat het hier geen lijst met nietszeggende namen wordt!

Een beetje afgekeken

De allergrootste fout die ik in tijden heb gemaakt is het onderschatten van Ori and the Blind forest. Op het eerste gezicht leek het op een onschuldige platformer die ook mijn kleine neefje met gemak zou kunnen uitspelen. Niets. Is. Minder. Waar. Ik heb gevloekt, getierd en gescholden tijdens het redden van Nibel. Ik kan ook bevestigen dat dit opnieuw is gebeurd tijdens het spelen van Ori and the Will of the Wisps. Voordat ik helemaal induik op de hoeveelheid dat ik dood ben gegaan zal ik eerst wat vertellen over de gameplay.

De Ori-games vallen onder verschillende categorieën. Het is op de eerste plaats een platformer. Het is ook een avonturengame en daarnaast een beetje Metroidvania. Dit houdt in dat je pas naar bepaalde gebieden of onderdelen kunt vorderen zodra je een nieuwe kracht of een bepaald voorwerp hebt gevonden. Tevens slaat dit een beetje op de hoge moeilijkheidsgraad. De Castlevania en Metroid games van vroeger waren namelijk immens lastig. Afijn, Ori heeft dus duidelijk trekjes van deze bovengenoemde titels. Maar tijdens het spelen kwam er voor mij nog een game aan het licht, waar (denk ik) overduidelijk naar gekeken is: Hollow Knight.

Ori and the Will of the Wisps heeft de gameplay heel veel diepgang gegeven ten opzichte van het eerste deel. Naast dat je een uitgebreid pallet aan vaardigheden hebt is er wat aan toegevoegd, namelijk Spirit Shards. Dit was het eerste wat me direct deed denken aan Hollow Knight. Je kunt Ori met drie van deze Spirit Shards uitrusten. Om een voorbeeld te geven, een van deze slots houdt in dat Ori aan muren blijft hangen, zonder dat hij naar beneden glijdt. Onwijs handig! Zodat het niet te makkelijk wordt kun je dus maar drie van deze Spirit Shards gebruiken. Je moet dus goed kiezen welke bij jouw speelstijl past, of welke op een bepaald moment in de game van pas zou komen Dit principe vond ik heel fijn in Hollow Knight, dus ik ben zeker niet ontevreden dat het gebruikt is.

Dynamische wereld

Naast dat Ori onwijs vermakelijke gameplay heeft, is een groot deel van het vermaak te danken aan de wereld. Zoals ik eerder al aangaf is Niwen onwijs mooi neergezet en alleen rondlopen gaf me al genot. De wereld lijkt ten opzichte van het eerste deel nog meer een geheel te zijn, gevuld met nog meer activiteit. Naast de toffe verhaallijn krijgt Ori ook de kans om de bewoners van Niwen op andere manieren te helpen. Dit in de vorm van kleine zij-missies.

Persoonlijk vind ik zij-missies altijd fantastisch leuk om te doen. Het bied even wat afleiding van de hoofdtaak en geeft je de ruimte om extra te verkennen. Zodra er een kans is om wat anders te doen pak ik die dus graag. Het redden van de wereld, moet soms maar even wachten. Er zat daarentegen maar weinig uitdaging in deze missies. Het enige wat de boel afremt is als je vergeten bent wie het gevraagde item nodig had… ik zal dan ook eerlijk toegeven dat ik dit meerdere malen vergeten bent. Je opdrachtgever is namelijk niet altijd degene die ook het gevraagde item nodig heeft.

Veel personages met wie jij een babbeltje maakt onderweg heeft wel wat nodig. Zo is een van de Moki, een katachtige die graag te hulp schiet, erg verlangend naar een goede kom soep, wat natuurlijk erg normaal is voor een kat. Later kom je weer iemand tegen die toevallig een tasje met ingrediënten hebt, waar hij vanaf moet! Retehandig. Even uitvogelen wie de soep maakt en voilà, soep voor de Moki. Het is dus een beetje braintraining, maar absoluut leuk om te doen.

Waar ik mezelf ook helemaal in kan verliezen is player housing. Kortgezegd is dit de mogelijkheid om een soort eigen huis of basis in te richten in het spel, waar jij als speler veilig bent. Hier steek ik altijd veel teveel tijd in. Ook Ori krijgt de kans om een klein thuishaven te realiseren waar hij en de Moki veilig zijn. Gelukkig voor mij en m’n speeltijd is dit vrij simpel en minimaal gehouden. Door de juiste grondstof naar de juiste persoon te brengen kun je een aantal leuke upgrades voor je basis opzetten. Het opzetten ging gepaard met leuke scenes waarbij Ori de Gorlek, een ruige bergbewoner, probeert te assisteren, wat er onwijs aandoenlijk uitzag.

OriVania

Maar hoe speelt Ori nu verder, naast dat de wereld er supergoed uitziet en je thuisbasis tof is. Ik benoemde eerder al dat ik behoorlijk wat gevloekt en getierd heb tijdens het spelen. Ori and the Will of the Wisps is namelijk vies moeilijk. Je hebt de mogelijkheid om te zien hoe vaak je het loodje hebt gelegd en ik durf met trots te zeggen dat het me 378 keer is overkomen. Plus ongeveer 50 op de laatste eindbaas, maar die telde volgens mij niet mee.

Waar je in het eerste deel eigenlijk maar één basis aanval hebt, heb je in Will of the Wisps een breed arsenaal aan wapens. Je kunt dus helemaal je eigen, geprefereerde speelstijl aanhouden of creëren. Ik heb heel erg geprobeerd af te wisselen tussen lange afstandsaanvallen en directe aanvallen, maar je merkt wel dat er duidelijk verschil zit in de hoeveelheid schade. Met een klap van je spectrale hamer werk je een spinnetje al gauw naar het hiernamaals, waarbij je toch 3 of 4 pijlen in z’n vele ogen moet jagen om het op afstand te doen.

Omdat Ori niet heel erg groot is ben ik een aantal tegen het probleem aangelopen dat ik niet over een vijand heen kwam. Eenmaal in een hoekje gedreven kan dit fataal zijn voor Ori, vooral in het begin van het spel. Ik heb zeker uitdaging gevonden in het snel bedenken hoe ik moet overleven tegen bepaalde vijanden. Natuurlijk wordt het eenvoudiger naarmate je meer vaardigheden leert, maar ook dan moet je maar net de juiste actief hebben. Je kunt namelijk maar drie skills tegelijkertijd gebruiken, dus op bepaalde momenten is het absoluut nodig om de juiste te kiezen.

Kopen kopen kopen!

Nee, deze titel gaat niet over dat je de game moet aanschaffen. Dit moet wel, maar daar doel ik u nog niet op. Voor ik verder ga, ik ben me bewust van het feit dat het niet uniek is om upgrades en vaardigheden aan te schaffen in spellen. Waar ik op doel is dat de manier waarop dit gebeurt me erg deed denken aan Hollow Knight. Nieuw in dit deel van Ori is namelijk de mogelijkheid om aankopen te doen.

De valuta die je hiervoor gebruikt, Spirit Light, is vrij eenvoudig te verdienen. Je vind verschillende containers in de wereld die een boost geven, of je kunt ellelang vijanden blijven verslaan. Genoeg manieren om je spirituele portemonnee  te vullen! Een van de dingen die je kunt aanschaffen is een kaart van het gebied waar je je op dat moment in bevind. Niet helemaal nieuw natuurlijk, maar wat me opviel is dat het erg Hollow Knight-achtig overkwam. Je komt namelijk een soort tor tegen, welke gespecialiseerd blijkt te zijn in het maken van kaarten. Van de manier waarop het gaat tot aan de verkoper zag ik best wat gelijkenissen. Zelf vind ik ’t wat overbodig. De kaart in Ori is over het algemeen al erg overzichtelijk en je ziet rap waar je nog niet bent geweest. Om in ieder geval het verhaal te doorlopen heb ik dan ook geen kaarten aangeschaft. Later om de 100% te halen wel, zodat ik niks meer zou missen. Je bent gelukkig tot niets verplicht en kan het dus op je eigen manier doen.

Nu zijn er uiteraard meerdere verkopers te vinden in het mysterieuze Niwen. Zo heb je iemand die jouw vaardigheden een boost kan geven en iemand waar je nieuwe vaardigheden kunt aanschaffen. Zoals ik bovenaan de paragraaf ook al aangaf weet ik dat dit niet nieuw is in games en dat er geen monopoly op rust, maar het voelde simpelweg heel bekend aan. We kennen echter allemaal de uitspraak; beter goed gejat, dan slecht verzonnen.

Verdict

Nu kan ik nog wel verder gaan over hoe mooi en schattig ik de game vind, hoe onwijs tof en lastig Will of the Wisps is en hoe veel ik heb gescholden. Maar je moet het vooral zelf ervaren. Ori zet met dit tweede deel een iconische game neer die ik zelf nog vaak ga spelen. Van gameplay tot aan de muziek, het heeft me van begin tot einde erg weten te raken.

Ik ben al enorm fan van games die me extreem uitdagen, zoals Soulsborn-games. Maar ook 2D-platformers als Mega Man en I Wanne Be The Guy staan hoog op het lijstje. Van die games die het bloed onder de nagels vandaan halen, maar welke fantastisch zijn om uiteindelijk in te vorderen. Ori and the Will of the Wisps hoort hier zeker bij.

In elk opzicht beter dan het eerste deel

Ori and the Will of the Wisps doet eigenlijk alles beter dan het eerste deel. Van grafisch tot muziek, van uitdaging tot aan het verhaal. Moon Studios heeft zichzelf absoluut weten te overtreffen en heb dan ook bijna niets anders dan lof. Ook deze game had een aantal eigenaardigheden waar ik niet helemaal omheen kon, maar dat kon is niets in verhouding tot het geheel.

9.4
Grafisch:
9.6
Verhaal:
9.8
Uitdaging:
9
Platformer:
9.2

GamesGames

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.