Hands-on

Hands-on: Battletoads

Battletoads

Er was een periode binnen pop culture waarbij pratende dieren niet meer weg te denken waren. Aangestoken door het succes van de Teenage Mutant Ninja Turtles, waren er veel creatievellingen die persoonlijkheden gaven aan hun favoriete dieren. Met die gedachte is naar mijn idee Battletoads geboren.

Het origineel kwam in 1991 uit voor de NES, dat vooral bekend stond om diens gruwelijk hoge moeilijkheidsgraad. Een fameus racelevel is door slechts een handjevol mensen uitgespeeld. Ondanks dat de reeks lang in coma heeft gelegen, weten we echter dat videogame franchises eigenlijk nooit echt weg zijn. Afgelopen jaar zagen we dan ook dat Microsoft de franchise zou terugbrengen met deze reboot. De vraag die ik mezelf vooral stelde was hoe ontwikkelaar DLala de franchise naar de moderne tijd zou brengen.

Het antwoord daarop; de gameplay simpel houden en goed oppoetsen. De demo die Gamingnation onder de knoppen kreeg bevatte twee levels. De eerste daarvan was een side scrolling beat ’em up. Tot aan drie spelers konden diverse vijanden te lijf gaan, gevolgd door een bossfight. Een vergelijkbare game waar ik aan dacht was Castle Crashers. Net als dat spel kan je in Battletoads in een cartoony stijl hordes vijanden verslaan. Dit doe je met je blote vuisten dankzij de gebruikelijke zware en zwakke aanvallen.

Hoe Battletoads die echter opfleurt is in de animaties van de bewegingen. DLala weet iedere afzonderlijke toad (het zijn er drie; light, medium en heavy) een persoonlijkheid te geven door de manier waarop ze aanvallen. De heavy krijgt bijvoorbeeld een bavianengezicht als die een uppercut doet. Daarnaast krijgt een andere toad een grote voet bij een bepaalde schopaanval, compleet met afbrokkelende hangnagel. Het zijn kleine dingetjes, maar wel dingen die het spel interessanter maken.

Battletoads

Duistere humor

Jammer genoeg heeft Battletoads ook een nadeel overgenomen van Castle Crashers; de limitaties van het 2.5D genre. Wat ik daarmee bedoel is dat je naar voren en achter kunt lopen in het scherm. Soms is het daardoor onduidelijk of jij in hetzelfde horizontale vlak staat als jouw vijand. Meer dan eens kwam het voor dat ik in het wilde weg aan het slaan was, waarna ik te laat merkte dat mijn vijand net een paar pixels te ver naar achteren stond.

Het spel heeft een humoristische toon. De Battletoads en diens vijanden hebben geinige gesprekken. Deze tonen dat het spel zich niet te serieus neemt, wat me toepasselijk lijkt bij een game over pratende padden. Of het een dijenkletser wordt zullen we natuurlijk moeten bekijken bij de volledige game. Overigens is het spel ook niet vies van duistere humor. Bij de bossfight aan het einde heb je met een groot menselijk varken genaamd Porkshank te maken. Als je hem verslaat vaagt hij langzaam weg. Ondertussen roept hij dat hij begrijpt dat er niks in het hiernamaals is en dat je zoveel mogelijk uit het leven moet halen.

Level niet gehaald

Daarmee was het echter nog niet gedaan. Wat volgde was een racelevel. In tegenstelling tot de NES-versie speel je deze vanaf de achterkant van de toads, niet zijwaarts. Dit level is weer een voorbeeld van het easy to learn, hard to master principe. Je moet sturen, springen en ook op het juiste moment een thrust uitvoeren waardoor je veilig naar de andere kant van de baan kunt komen. Simpel qua concept, maar DLala schroeft de moeilijkheid al snel op. Obstakels worden talrijker, de baan gaat sneller en er komen zelfs gaten in de baan. Tot mijn spijt moet ik melden dat geen van ons het level uiteindelijk heeft gehaald. We werden wel gemotiveerd door een balk die aan het einde van een level toont hoe ver op de baan je gekomen was. Deze is vergelijkbaar met de balken aan het einde van de levels in Cuphead.

Ik heb me goed vermaakt met de demo van Battletoads. Het lijkt een leuke game te zijn die je alleen of met een groep vrienden kan tackelen. Tackelen is daarbij dan ook het juiste woord, zeker bij de uitdagende racelevels. Ik verwacht niet dat het zo lastig zal worden als het origineel, maar een uitdaging lijkt het me zeker.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.