Monster Hunter Rise

Column-nation: Monster Hunter, mijn eerste vakantieliefde

Column Mis dit niet

Half Nederland is nog dorstig opzoek is naar een PlayStation 5 of een Xbox Series X/S; nog aan het bijkomen is van het console-debacle dat Cyberpunk 2077 heet; of simpelweg aan het reflecteren is op de rariteit die 2020 heet. Ik ben echter met iets heel anders bezig, namelijk: de naderende release van Monster Hunter Rise. 

Iedereen kent ze wel: vakantieliefdes. Vaak heftig en intens, maar eenmaal terug in Nederland vaker wel dan niet van korte duur. Het normale leven gaat weer door, en de liefde dooft langzaam uit als een nachtkaars. Zo ook bij mij en Monster Hunter.

Vakantievlam

Ik moet 14 moet zijn geweest toen ik in 2007 met m’n ouders op vakantie was in Zuid-Frankrijk. Die bewuste dag was Montpellier de bestemming en al slenterend door de pittoreske straten zag ik opeens een klein gamewinkeltje vanuit mijn ooghoeken opdoemen. 

In die tijd was ik niet weg te slaan van mijn PSP. En zo’n draagbare console bleek de ideale uitkomst voor vakantietripjes. Beter nog: ik zou in dat gamewinkeltje een game kunnen scoren en direct kunnen spelen. Wat wil je nou nog meer?! 

En zo geschiede het dat ik daar in dat kleine Franse gamewinkeltje, in het pittoreske Montpellier op een warme zomerdag in 2007, Monster Hunter Freedom zou kopen voor de PSP. Geen spannende vakantieliefde voor mij dat jaar. Ik zat vanaf dat moment vuistdiep in Capcom’s actie-rpg; Monster Hunter Freedom zou mijn vakantievlam zijn.

Ideaalbeeld

Monster Hunter Freedom voelde subjectief gezien als het meisje die, bekeken vanuit Europees oogpunt, niet helemaal voldeed aan het dominante schoonheidsideaal. Maar wie de tijd nam om daar doorheen te prikken zag al snel een schitterende diamant onder het ruwe oppervlak. 

Toegegeven, het was even inkomen dat Monster Hunter Freedom. Zo weet ik nog dat ik erg moest wennen aan het feit dat je al vrij snel in het diepe werd gegooid. Wat daar ook niet bepaald aan meehielp waren de chunky controls. Vaker wel dan niet voelde ik mezelf meer een logge tank dan een behendige jager.

Latere gevechten met sterkere Wyverns duurden ook vaak ellenlang (voor videogamebegrippen in ieder geval) en vergde bovendien veel concentratie: Eén misstap kon betekenen dat de controle over het gevecht verloren zou gaan. Oefening baart echter kunst, en de beloning – in de vorm van extreme extase – was de zenuwslopende jachtpartijen meer dan waard.

De gehele reeks staat daarnaast ook gewoon bol van de melige Japansigheid. En die hebben zo hun charme. Ik bedoel: kijk alleen even naar die badass Palicos:

Uitgedoofde vlam

De verliefdheid nam in de loop der jaren helaas wel wat af. Ik leek een beetje klaar met de meligheid; zag al die Japanse vorm van humor als iets kinderachtigs, in plaats van leuk. De charme leek te zijn uitgewerkt en de roze wolk waar ik in Frankrijk nog op zat, die was verdwenen. 

Eerlijkheid gebied me ook te zeggen dat het ook alweer even geleden is dat ik een een deel uit de serie heb gespeeld. De laatste moet Monster Hunter 4 zijn geweest op de 3DS, uitgekomen in 2013. En dat deel heb ik met een schamele 30 uur niet eens echt veel gespeeld.

Monster Hunter World en het daaropvolgende Iceborne heb ik zelfs helemaal niet meer gespeeld. Iets wat de definitieve doodsteek leek te zijn aan iets wat ooit een ‘niet-te-breken-liefde’ had kunnen worden. Ach, soms groei je nou eenmaal een beetje uit elkaar.

Langdurige relatie

Met het naderende Monster Hunter Rise begin echter ik weer als een blok te vallen voor Capcom’s eigenzinnige serie.  Als ik er zo over nadenk is de liefde ook nooit helemaal weggeweest. Blijkbaar had ik gewoon even de tijd nodig om mijn horizon te verbreden.

Ik vond Monster Hunter door de jaren heen steevast terug in de vele games die ik speelde. Zocht het misschien wel op zelfs. Ik vond het bijvoorbeeld in het duistere Dark Souls, of Capcom’s andere ruwe diamant Dragon’s Dogma. Ik speelde zelfs schaamteloze rips-offs als Toukiden. Niets laat zich echter vergelijken met Monster Hunter.  

En nu zijn we aangekomen in 2021. Ruim dertien jaar nadat ik Monster Hunter Freedom heb gespeeld, ben ik inmiddels weer helemaal klaar voor een nieuw deel. Misschien komt het wel omdat we momenteel niet op vakantie mogen – Monster Hunter als serie is voor immers voor altijd verbonden met een warme zomerdag in Montpellier – en is mijn verlangen gebaseerd op niks meer dan een herinnering aan betere tijden.

Of heel misschien komt het wel omdat er gewoon hele toffe nieuwe toevoegingen zijn gedaan (Wyvern Riding en Palamutes, woohoo!). Ik ga mijn Great Sword in ieder geval alvast slijpen en hoop ditmaal op een langdurige relatie.

 

Tagged
Jordy Moerland
Heeft zijn games graag zoals zijn eten: lekker pittig en vooral erg avontuurlijk. Schrijft daarnaast graag met een scherpe pen en maakt graag flauwe grappen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.